Gusto

Wat mensen écht koken in februari (als het geen feest hoeft te zijn)

today02/02/2026

Achtergrond
share close

Het is lunchtijd, ergens halverwege de week. De keuken is koud, maar niet onaangenaam. Op het aanrecht ligt een snijplank die er altijd ligt. Daarnaast een ui, al aangesneden. Niemand heeft bedacht wat er gekookt wordt. Het moment is er eerder dan het plan. Zo gaat dat, koken in februari.

Ik zet een pan op het vuur voordat alles klaar is. Er gaat een scheut olijfolie in, zonder afmeten. De aardappels worden één voor één geschild en meteen in stukken gesneden. Ze verdwijnen direct in de pan. Ik wacht niet tot alles af is. Dat hoeft niet.

Wat februari vanzelf aandraagt

In februari kook je met wat er al is. Aardappels. Uien. Knoflook. Dingen die tegen een paar dagen liggen kunnen. Uit een schaal pak ik een artisjok. Hij is stevig en al een paar dagen in huis, maar goed genoeg. Februari is daar geschikt voor. Artisjok vraagt weinig aandacht en kan tegen simpel koken.

Ik trek de buitenste bladeren eraf, snijd de rest grof en gooi hem bij de aardappels. Geen aparte pan. Geen speciale behandeling. Er komt een teentje knoflook bij, platgedrukt met de zijkant van het mes.

De pan sist kort. Ik zet het vuur lager en roer. Dat is genoeg.

Wat altijd in huis ligt

Uit een kastje pak ik een blik kikkererwten. Ik giet ze af boven de gootsteen en laat ze even uitlekken. Ze gaan erbij. Kikkererwten werken in februari omdat ze vullen zonder zwaar te worden. Ze nemen de smaak over van wat er al in de pan ligt.

Er ligt nog een stuk chorizo in de koelkast, aangesneden. Ik snijd er een paar stukken af en laat ze meekleuren. Dat hoeft niet veel te zijn. De pan ruikt meteen anders.

Ik pak zout, peper en pimentón. Geen afweging. Dit gebruik ik hier altijd.

Eten zonder opmaak

Het brood ligt al op tafel voordat het eten klaar is. Ik snijd geen plakken, ik breek stukken af. Als de aardappels zacht zijn, schep ik op. Niet alles. De rest blijft in de pan voor later of voor morgen.

Ik eet staand, leunend tegen het aanrecht. Het brood gebruik ik om de pan leeg te vegen. De saus blijft aan de rand hangen. Dat is normaal.

Als ik klaar ben, zet ik de pan terug op het fornuis. Ik was hem niet meteen af. Op het aanrecht liggen schillen, het lege blik, het mes. Het raam staat een stukje open. De keuken ruikt nog naar olie en knoflook.

Dit is geen maaltijd om te onthouden. Maar wel eentje die je zo weer maakt.

Geschreven door Wouter van der Laan

Rate it