Casa Y Vida Roadtrip

Stad, dorp en torenflat: wonen in het midden van de Costa Blanca

today29/07/2026

Achtergrond
share close

Je denkt erover om te verhuizen naar Spanje, maar welke plek past bij jou? Om die vraag te beantwoorden rijd ik de hele Spaanse kust langs, van de Costa del Sol tot de Costa Brava. Veertien afleveringen, veertien regio’s. Dit is aflevering 5: wonen in het midden van de Costa Blanca, van Alicante tot Altea.

Het ontbijt in Santa Pola bewijst wat mensen me al hadden verteld. De haven levert inderdaad verse vis, de koffie is gewoon goed, en het eiland Tabarca ligt voor het raam als een ansichtkaart die niemand heeft laten bezorgen. Santa Pola klopt. Het is precies wat een vissersplaatsje moet zijn, en het weet dat zelf ook, zonder er veel drukte over te maken.

De N332 neemt me mee naar het noorden. Elche ligt een stuk landinwaarts, maar de afslag staat er groot bij. Ik rijd er niet naartoe, maar ik weet wat er staat: het grootste palmenbos van Europa, UNESCO-erfgoed, een stad die zijn geld verdiende met schoenen en nu ook met toeristen die komen kijken naar de palmen. Misschien op de terugweg. Dat zeg ik inmiddels bij elke afslag die ik niet neem.

Dan Alicante.

Alicante

Alicante is de enige echte provinciestad van de Costa Blanca. 360.000 inwoners, een universiteit, een internationale luchthaven binnen de gemeentegrenzen, een haven die ook voor grotere schepen werkt. Het Castillo de Santa Bárbara staat op een rots midden in de stad en is te voet of per lift bereikbaar, het soort landmark dat na een jaar gewoon de rots is waar je langs rijdt.

De Explanada de España is de avondwandeling. Mozaïektegels in golven, palmen, terrassen. Niet voor toeristen bedacht, al lopen die er ook. Hier lopen de mensen die er wonen, en dat merk je aan het tempo. Niemand haast zich. De avond duurt lang.

InterNations vroeg zijn leden vorig jaar welke stad ter wereld het meest betaalbaar is voor expats wat betreft huisvesting. Alicante stond op nummer één. Dat is geen marketingclaim, dat is een ranglijst. Een appartement in het centrum kost minder dan vergelijkbare ruimte in Rotterdam.

Alicante is ook de stad die ik later in deze reeks opnieuw tegenkom, als ik in Valencia sta en de twee naast elkaar kan zetten. Die vergelijking bewaar ik voor dan.

Benidorm

Tien kilometer voorbij Villajoyosa verandert het landschap radicaal. Benidorm kondigt zichzelf aan van ver: een skyline van torenflats die uit de kustlijn omhoogspruiten alsof iemand Manhattan heeft losgerukt en aan de Middellandse Zee heeft geplakt. Dat is niet toevallig. In 1954 bedacht de toenmalige burgemeester een stedenbouwkundig plan dat verplicht groen voorschreef rond elk gebouw. Verticaal bouwen, ruimte bewaren. Het resultaat is een stad met meer wolkenkrabbers per hoofd van de bevolking dan New York, en brede boulevards en stranden die je in horizontaal gebouwde resorts nooit zou vinden.

Ruim 70.000 vaste inwoners, 46 procent Spaans. De Britse gemeenschap is de grootste buitenlandse groep, maar het beeld van bier en pubs is achterhaald. Het publiek is ouder, de keukens zijn internationaler dan de reputatie doet vermoeden. Benidorm heeft jaarrond werkgelegenheid, hotels, horeca, zorg, waardoor het niet instort buiten het seizoen.

De tram vertrekt hier richting Alicante. Vanaf hetzelfde station rijdt een trein naar Dénia.

Isla Bali

Vanuit Benidorm rijd ik de heuvel op, de Sierra Helada in, naar Ciudad de Patricia. Isla Bali zit hier nu, begin 2026 verhuisd vanuit L’Alfàs del Pi naar een grotere locatie op de berghelling. Wie het restaurant kent van vroeger, vindt het hier terug in een andere gedaante. Dezelfde rijsttafel, ander uitzicht. Buiten vliegt Paco rond. Een papegaai, los in de lucht boven Ciudad de Patricia.

Humphrey, excuseert zich voor een paar vlekjes op zijn schort, runt het restaurant en sinds kort ook Humphrey’s Kitchen, een tweede zaak. Hij was ooit de marketing specialist die Costa Blanca Radio op de kaart zette in de beginjaren, nu is hij horeca-ondernemer in een gebied dat hij al jaren kent van binnenuit. Zelf woont Humphrey in Finestrat.

Ik vraag hem niet naar zijn restaurants. Die staan er, die werken, dat is duidelijk genoeg. Ik vraag hem naar Finestrat.

Hij woonde negentien jaar in L’Alfàs del Pi, zegt hij, en dat beviel prima. Maar op een gegeven moment voelde het daar iets té Nederlands. In zijn straat was er bijna elk weekend wel een feestje met Hazes en après-ski-muziek op standje maximaal. Hij was toe aan meer rust, meer het echte Spaanse gevoel. Dat heeft hij gevonden in Finestrat.

Vanuit zijn woonkamer kijkt hij aan de ene kant uit op het karakteristieke gat in de Puig Campana, de markante inkeping in de bergkam die je vanuit de hele regio ziet. Aan de andere kant ziet hij de zee bij Villajoyosa. Iedere dag, zegt hij. Het went niet. Wat hij ook hoort, zijn af en toe de jachthonden in de verte. Ver genoeg weg om niet storend te zijn. Dichtbij genoeg om te weten dat je niet in een woonwijk zit.

De moderne villa’s die in de heuvels rond Finestrat zijn opgeschoten, schreef ik eerder al over in een ander verband, van scepsis tot nieuwsgierigheid, zo noemde ik dat toen. Humphrey’s versie is anders. Hij woont er. De scepsis is bij hem al lang voorbij.

Ik rijd de heuvel weer af, terug op de N332, richting het noorden. Het gat in de Puig Campana blijft nog even zichtbaar in de achteruitkijkspiegel.

Altea

Tien kilometer verder ligt Altea, en het voelt als een andere planeet. Wit dorp op een heuvel, blauwe koepelkerk, kiezelstranden in plaats van zandstranden. Kunstenaars kwamen hier decennia geleden en bleven. Ruim 24.000 inwoners, bijna 35 procent buitenlands. Nederlanders en Belgen zijn sterk vertegenwoordigd, het gebied rond Altea en Benidorm geldt als de dichtstbevolkte concentratie Nederlandstaligen van heel Spanje. In de heuvels boven het dorp liggen de villa’s van Altea Hills, het exclusiefste adres van de regio.

Het contrast met Benidorm tien kilometer verderop is zo groot dat je je afvraagt hoe twee plaatsen op dezelfde kuststrook zo weinig gemeen kunnen hebben. Het antwoord is waarschijnlijk dat ze precies dat weten van zichzelf, en er allebei niet rouwig om zijn.

Van de kust af

Busot, La Nucia, Polop, Finestrat. Vier dorpen die de meeste mensen niet kennen, tenzij ze er wonen of er naartoe zijn gereden omdat iemand ze erop wees.

Busot ligt in de heuvels boven Alicante, bekend van de Cuevas del Canalobre, een grot met stalactieten die zo hoog zijn dat er concerten in worden gegeven. Rondom het dorp zijn villawijken gebouwd vanaf de jaren zeventig, voor mensen die de kust wilden zien zonder er middenin te zitten.

La Nucia is het gezinsdorp van de regio. Sportvelden, een atletiekbaan, een internationaal sportcomplex dat wedstrijden trekt van buiten de regio. Nederlanders, Belgen, Britten, Spanjaarden wonen er door elkaar omdat het er gewoon goed georganiseerd is.

Polop heeft amandelbomen, olijfgaarden en citrusfruit, en een dorpsplein waar ’s avonds mensen zitten die er al hun hele leven zitten. Het is het enige dorp in dit rijtje dat niet merkbaar is veranderd door de komst van buitenlanders.

Finestrat ken ik inmiddels van de helling. Wat Humphrey er over zei, laat ik hier bij.


Meer informatie over wonen in Alicante, Benidorm of Altea vind je in op de gidspagina van de Wonen in Spanje special.

Vorige aflevering: Torrevieja en Orihuela Costa, de meest internationale stad van Spanje.
Volgende aflevering: Calpe, Jávea en Dénia: stiller en duurder aan de Costa Blanca Noord.

Geschreven door Redactie

Rate it

Neem contact op!

Vragen? Wat te klagen? Wil je ons verblijden met een compliment? Of wil je iets kwijt? Schroom niet en stuur je bericht!

Laat je horen!

Maximale lengte: 120s
0:00
Klaar om je bericht op te nemen.
Bericht verzonden
Dank je. Je bericht is succesvol verzonden.
Je kunt een ander bericht sturen in: 00:00

Verzoekplaat voor Costa Request? De groeten aan je buurvrouw? Of wil je wat delen met de wereld?

Costa Blanca Radio klinkt altijd leuker met jouw stem! Spreek wat in en wie weet hoor je jezelf snel terug op de radio!

Ps: Laat wel even weten wie je bent. Vinden we leuk.